Het Mattheüseffect in AI: waarom de kloof in de samenleving groeit (en hoe we die dichten)
De belofte van AI is gelijke kansen voor iedereen, maar de realiteit toont het Mattheüseffect: de kloof tussen koplopers en achterblijvers groeit. Hoe voorkomen we een verdeelde samenleving?

De illusie van de grote gelijkmaker
Toen generatieve AI zoals ChatGPT op het toneel verscheen, was de belofte even utopisch als helder: dit wordt de grote gelijkmaker. Iedereen zou ineens kunnen schrijven als een ervaren tekstschrijver, plannen maken als een strateeg en leren als een topstudent. De technologie zou mensen met minder kansen, minder opleiding of een kleiner netwerk een gigantische boost geven, waardoor oude verschillen zouden verdwijnen. Het klonk prachtig. Maar de realiteit in de samenleving schetst inmiddels een heel ander, veel grimmiger beeld.
We zijn momenteel getuige van het zogenaamde 'Mattheüseffect' in AI-adoptie. Dit sociologische principe, vernoemd naar de parabel uit het bijbelboek Mattheüs, stelt ruwweg: 'Want wie heeft, zal nog meer gegeven worden, en hij zal overvloedig hebben; maar wie niet heeft, hem zal zelfs wat hij heeft ontnomen worden.' Oftewel: de rijken worden rijker, en de armen worden armer. In de context van kunstmatige intelligentie betekent dit dat mensen die al goed meekomen — goed opgeleid, digitaal vaardig, met een sterk netwerk — de technologie omarmen en er nòg beter van worden. Degenen die achterblijven, vermijden de technologie juist steeds krampachtiger. Dit inzicht, onlangs scherp geanalyseerd door Job van den Berg in de wetenschapsrubriek van AI at Work Live (BusinessWise / DPG Media / New Business Radio), wordt nu pijnlijk hard onderbouwd door onthutsende cijfers uit twee recente, grootschalige wetenschappelijke publicaties.
De Deense spiegel: bestaande ongelijkheid op steroïden
Laten we eerst kijken naar de sociodemografische impact. In een breed opgezet Deens onderzoek, getiteld 'The unequal adoption of ChatGPT exacerbates existing inequalities among workers', gepubliceerd door Anders Humlum en Emilie Vestergaard in de Proceedings of the National Academy of Sciences (PNAS, begin 2025), wordt pijnlijk duidelijk hoe scheef de adoptie werkelijk verloopt. De onderzoekers doken diep in de data om te zien wie de tools nu eigenlijk gebruiken, en nog belangrijker: wie ze negeren.
De conclusies laten weinig aan de verbeelding over. Het zijn voornamelijk mannen, hoogopgeleiden en jongeren (al ligt dat bij de specifieke groep starters op de arbeidsmarkt wat genuanceerder, zoals we straks zullen zien) die ChatGPT en vergelijkbare tools integreren in hun dagelijks leven. Wat dit onderzoek zo cruciaal maakt, is de constatering dat deze ongelijke adoptie de uitgangspositie van mensen niet gelijktrekt, maar de bestaande verschillen in onze samenleving juist op steroïden zet. Een toch al hoogopgeleid iemand met een stevig netwerk en goede vaardigheden gebruikt AI als een vliegwiel om verder vooruit te komen: betere sollicitatiebrieven, sneller bijleren, slimmere financiële keuzes. Wie historisch gezien al in een kwetsbare positie verkeert, laat de tool links liggen uit onzekerheid, desinteresse of simpelweg een gebrek aan toegankelijke uitleg.
Humlum en Vestergaard tonen aan dat het niet de technologie op zich is die de ongelijkheid creëert, maar de menselijke reactie erop. AI wordt door koplopers gezien als een exoskelet dat hun cognitieve spieren versterkt. Degenen die de technologie het minst gebruiken, ervaren het echter vaak als een ongrijpbare bedreiging. In plaats van te experimenteren, houden zij vast aan vertrouwde, minder efficiënte gewoontes. Dit is het Mattheüseffect in zijn zuiverste vorm.
De Amerikaanse kanarie in de kolenmijn: jongeren vallen buiten de boot
Maar het wordt nog zorgwekkender wanneer we inzoomen op de koude, harde data van de arbeidsmarkt. Een paper van het prestigieuze Stanford Digital Economy Lab (november 2025), geschreven door zwaargewichten Erik Brynjolfsson, Bharat Chandar en Ruyu Chen, gooit een flinke steen in de vijver. Onder de titel 'Canaries in the Coal Mine? Six Facts about the Recent Employment Effects of Artificial Intelligence' keken zij naar de loon- en werkgelegenheidsdata van miljoenen Amerikanen via salarisverwerker ADP.
Hun ontdekking bevat een statistiek die ons allemaal wakker zou moeten houden: jongeren in de leeftijdscategorie 22-25 jaar, die instromen in beroepen die het meest worden blootgesteld aan AI, ervaren momenteel een relatieve werkgelegenheidsdaling van maar liefst 16 procent vergeleken met sectoren waar AI geen invloed heeft. Zestien procent. Dat is geen kleine rimpeling; dat is een structurele verschuiving in de kansen die een hele generatie krijgt.
Wat verklaren deze cijfers? De onderzoekers stellen dat er simpelweg minder instapfuncties nodig zijn, omdat ervaren mensen, dankzij AI, nu het type bulk- en basiswerk zelf kunnen afhandelen met één druk op de knop. Waar vroeger een leger aan kersverse afgestudeerden nodig was om data te analyseren, teksten op te stellen of basiscode te kloppen, doet de ervaren kracht dat nu efficiënt via een prompt. De jongeren, van wie we vaak aannemen dat zij 'digital natives' zijn en dus automatisch de vruchten van de technologie zouden plukken, blijken hier de absolute kanaries in de kolenmijn. Zij staan aan de zijlijn voordat ze de kans hebben gekregen zich te bewijzen.
De wrange paradox van AI-adoptie
Als we de Deense PNAS-studie en het Stanford ADP-onderzoek combineren, komen we tot de wrange paradox van dit decennium, die ook door Job van den Berg treffend werd belicht. Het is de ultieme ironie van de huidige AI-revolutie: precies de mensen die het allermeeste van kunstmatige intelligentie zouden kunnen profiteren, zijn degenen die de technologie het minst omarmen.
Hoe komt dit? Waarom vermijdt de achterblijver zijn reddingsvest? Het heeft alles te maken met faalangst en een gebrek aan een veilige omgeving om te leren. Mensen die onzeker zijn over hun positie — op het werk, in de bijbaan, op school — zijn bang om fouten te maken met technologieën die ze niet begrijpen. 'Als het misgaat met ChatGPT, is het mijn schuld. Als ik het doe zoals ik het altijd deed, kan niemand me iets verwijten,' is de ongeschreven, interne dialoog. Wie al uitblinkt, bezit daarentegen het zelfvertrouwen om te spelen, te falen in een prompt, de output schouderophalend te verbeteren en vervolgens de winst in tijd en kwaliteit te incasseren.
Wat kunnen we doen als samenleving: geen stok, maar een wortel
Hier ligt een gigantische, urgente opgave voor ons allemaal: voor overheid, onderwijs, bedrijven en voor iedereen die de technologie al beheerst. Als we het Mattheüseffect zijn gang laten gaan, eindigen we over een paar jaar met een gepolariseerde samenleving. Aan de ene kant een kleine elite van super-productieve, blije 'AI-centauren' (half mens, half machine), en aan de andere kant een groeiende groep gefrustreerde mensen die zich overbodig begint te voelen, of in het geval van de 22-25-jarigen, niet eens meer aan de start van hun loopbaan komt. Dat is niet alleen wrang voor de betrokkenen, het ondermijnt de cohesie van de samenleving als geheel.
De klassieke reflex van instanties is vaak het gebruiken van de stok: verplichtingen opleggen. "Iedereen moet vanaf nu AI gebruiken," of, nog erger: kansen en voorzieningen koppelen aan digitale vaardigheden die mensen nooit zijn aangeleerd. Dit is exact hoe je onzekere mensen verder in de loopgraven jaagt. Dwang leidt tot schijnadoptie: mensen doen alsof, maar veranderen hun gewoontes niet.
Het advies, gevoed door inzichten verkregen via AI at Work Live, luidt ronduit: vermijd de stok, gebruik de wortel. Verander de focus van prestatiedruk naar nieuwsgierigheid. Laat mensen zich verwonderen. Hier zijn vier concrete, diepgaande strategieën om de kloof in de samenleving direct te verkleinen:
1. Kweek verwondering zonder afrekening
Maak ruimte om te spelen met AI, zonder dat er iets van afhangt. Denk aan bibliotheken, buurthuizen en scholen waar mensen vrijblijvend kunnen experimenteren, en aan momenten waarop juist de mislukte prompt wordt gedeeld in plaats van de briljante. Maak van AI-adoptie een ontdekkingstocht, geen toets. Als de druk van 'je moet dit kunnen' wegvalt, ontstaat er ruimte voor oprecht begrip van hoe zo'n model 'denkt'. De wortel is in dit geval de voldoening van het beheersen van iets nieuws.
2. Creëer onverschrokken buddy-systemen
Koppel de grootste AI-fan niet aan de grootste digibeet als een soort bijlesdocent. Dat creëert schaamte. Zet gelijken bij elkaar — twee buren, twee ouders van dezelfde school, twee collega's met dezelfde klus — en geef ze samen één opdracht: "Kijk eens of jullie samen dat ene rotklusje makkelijker kunnen maken met Copilot of ChatGPT." Samen leren verlaagt de drempel enorm en creëert steunpilaren dichtbij huis.
3. Focus op de 'job to be done', niet op de technologie
Stop met uitleg over "Hoe werkt een neuraal netwerk?" of het doorspitten van prompt-engineering-theorie. De meeste mensen boeit dat niet. Spreek de taal van hun pijn. "Wie zucht er altijd bij de belastingaangifte, de brief aan de zorgverzekeraar of het schrijven van een sollicitatiebrief? Laten we samen kijken of dat in vijf minuten kan in plaats van vijf uur." Wanneer je de pijnpunten uit het dagelijks leven oplost, ontstaat adoptie vanzelf, en sleep je ook de terughoudenden mee.
4. Herwaardeer de jongeren en starters
Kijk naar het alarmerende cijfer van Brynjolfsson: de -16% voor jongeren in blootgestelde beroepen. Gooi de deur niet dicht voor een hele generatie. Als het bulkwerk waarvoor ze vroeger een kans kregen nu door AI wordt gedaan, herdefinieer dan de start van een loopbaan. Leer jongeren op school en in hun eerste baan direct om als AI-operatoren en kwaliteitscontroleurs aan de slag te gaan. Ze hebben de ervaring van ouderen nog niet, dus laat hen opgroeien sámen met de technologie, zodat zij de AI leren sturen in plaats van ermee te concurreren.
Tijd voor een samenleving met een menselijke maat
Technologie is een ijskoude versterker van datgene wat al bestaat. In een samenleving vol frictie en ongelijkheid zal de invoering van generatieve AI die kloof onvergeeflijk vergroten. Degenen die floreren, zullen uitwaaieren naar nieuwe hoogtes. En de achterblijvers zullen simpelweg wegkwijnen, buitenspel gezet door hun weigering zich over te geven aan een gereedschap dat ze niet vertrouwen.
We moeten van de abstracte theorie naar de warme praktijk. Het Mattheüseffect in AI is te verslaan, maar alleen als we als samenleving inzien dat de introductie van deze technologie de grootste veranderkundige uitdaging van de afgelopen vijftig jaar is. En zo'n uitdaging los je niet op met koude dwang of een softwarelicentie. Die los je op met empathie, de ruimte om fouten te mogen maken, en het voeden van oprechte, menselijke verwondering over een machine die ons allemaal fundamenteel zal veranderen.
"Precies de mensen die het allermeeste van kunstmatige intelligentie zouden kunnen profiteren, zijn degenen die de technologie het minst omarmen."
Bronnen
- Humlum, A., & Vestergaard, E. (2024/2025). The unequal adoption of ChatGPT exacerbates existing inequalities among workers. PNAS.
- Brynjolfsson, E., Chandar, B., & Chen, R. (Nov 2025). Canaries in the Coal Mine? Six Facts about the Recent Employment Effects of Artificial Intelligence. Stanford Digital Economy Lab.
- Besproken inzichten mede gebaseerd op een bijdrage van Job van den Berg in de wetenschapsrubriek AI at Work Live (BusinessWise / DPG Media / New Business Radio).
- Beste AI-tools
- GEO: vindbaar in AI-zoekmachines
- AI-prompts schrijven

Job van den Berg is AI keynote spreker, tech-ondernemer en auteur van vijf boeken over AI. Hij zet wekelijks zelf agents in productie en geeft 150+ keynotes per jaar over AI-agents en agentic commerce.
Kort antwoord: ja, humanoïde robots zijn in 2026 meer dan een bewegende machine in een glitterjas. Bij ons tweede bezoek aan UBTech in twee jaar zagen we robots die zelfstandig taken uitvoeren, zonder iemand met een afstandsbediening. Het aantal fabrieken dat ermee test of werkt groeide van 20 à 30 naar ruim 100.
Huaqiangbei in Shenzhen is de grootste elektronicamarkt ter wereld. Job van den Berg legt uit waarom just-in-time hardware China's strategische voordeel is nu AI software commoditiseert.
Als AI-agents het voorwerk doen in de verkoop, kunnen menselijke verkopers slechter gaan presteren. Bij een Chinese online verzekeringsmakelaar kregen verkopers door AI-spraakagents ongeveer 23 procentpunt meer kansrijke leads, maar daalde hun klantwerving met ongeveer 5 procentpunt. De oorzaak: verkopers doen minder hun best voor leads die ze niet zelf hebben verdiend.
AI maakt ons niet eenzamer. Wel meer gericht op de mensen die we al kennen. Dat is de kern van een nieuw onderzoek van Bocconi University, waarin ruim 12.000 kenniswerkers werden gevolgd vanaf het moment dat ze Microsoft Copilot kregen.
