GenAI vergroot samenwerking juist, maar vooral met vertrouwde collega's

AI maakt ons niet eenzamer. Wel meer gericht op de mensen die we al kennen. Dat is de kern van een nieuw onderzoek van Bocconi University, waarin ruim 12.000 kenniswerkers werden gevolgd vanaf het moment dat ze Microsoft Copilot kregen.
De zorg is bekend: als een AI-assistent je mail schrijft, je vergadering samenvat en je vragen beantwoordt, waarom zou je dan nog een collega bellen? Dit onderzoek laat het omgekeerde zien. Copilot-gebruikers gingen juist méér samenwerken. Maar die extra samenwerking landde vooral bij vertrouwde, langlopende relaties.
Het onderzoek
Giuseppe Soda, Alessandro Iorio en Leonardo Rizzo (Bocconi University / SDA Bocconi) publiceerden op 23 oktober 2026 The Effects of Generative AI on Collaboration and Social Networks Among Knowledge Workers (arXiv:2610.32461). Het is een preprint: nog niet peer-reviewed.
De opzet is sterk. De onderzoekers gebruikten passief verzamelde gedragsdata van meer dan 12.000 kenniswerkers over 13 maanden. Geen enquêtes dus, maar daadwerkelijk communicatiegedrag via alle kanalen.
Copilot werd gefaseerd uitgerold. Daardoor konden de onderzoekers gebruikers vergelijken met collega's die de tool (nog) niet hadden. Ze gebruikten twee quasi-experimentele methoden:
- een staggered difference-in-differences-analyse, die het effect meet rond het moment van uitrol;
- een instrumentele-variabelenaanpak met fixed effects, als controle op de eerste uitkomst.
Wat er veranderde
Na de introductie van Copilot verschoof het samenwerkingsgedrag op drie punten:
- Meer tijd aan samenwerking. Gebruikers besteedden méér tijd aan samenwerken, via alle communicatiekanalen.
- Een breder netwerk. Ze hadden contact met meer collega's, en hun netwerk werd minder gesloten.
- Meer gewicht op vertrouwde relaties. Tegelijk concentreerden ze een groter deel van hun samenwerking op bestaande, langlopende relaties.
Dat lijkt tegenstrijdig, maar is het niet. Het netwerk wordt breder aan de randen, terwijl het zwaartepunt verschuift naar de mensen die je al lang kent en vertrouwt.
Waarom AI tot meer overleg leidt
De verklaring van de auteurs: AI-output is niet vanzelf betrouwbaar. Een gegenereerde analyse, tekst of samenvatting moet gecontroleerd worden. En die controle is vaak sociaal: je legt het voor aan een collega, vraagt of het klopt, of checkt of het past bij wat het team wil.
AI verschuift het werk dus van maken naar valideren. En valideren doe je het liefst met iemand wiens oordeel je vertrouwt. Dat verklaart waarom juist bestaande, langlopende relaties aan belang winnen.
Wat dit betekent voor organisaties
Een AI-uitrol is niet alleen een IT-project. Het verandert ook de informele netwerkstructuur: wie met wie praat, wie je om raad vraagt, wie je vertrouwt.
Dat brengt een concreet risico mee. Als vertrouwen de toegangspoort wordt tot samenwerking, staan mensen zonder gevestigde relaties op achterstand. Denk aan nieuwkomers, mensen die net van team wisselden of collega's op afstand. AI kan zo, onbedoeld, bubbels versterken.
De opdracht voor organisaties is daarom niet de vraag óf AI menselijk contact vervangt, maar hoe je voorkomt dat het bestaande kringen verder afsluit. Enkele aanknopingspunten:
- Koppel nieuwkomers bewust aan een vaste sparringpartner om AI-output mee te toetsen.
- Maak validatie expliciet onderdeel van werkprocessen, met reviewers buiten het eigen team.
- Volg de netwerkeffecten van een uitrol, niet alleen adoptiecijfers of tijdwinst.
- Deel goede prompts en gecontroleerde output in teamoverstijgende communities, zodat AI juist bruggen slaat.
Kanttekeningen
Het onderzoek heeft duidelijke grenzen. Het gaat om één organisatie en één tool, dus de resultaten zijn niet zomaar te generaliseren. De samenvatting noemt bovendien geen effectgroottes: we weten de richting, niet hoe groot de verschuiving is. En als preprint is het nog niet door vakgenoten beoordeeld.
Conclusie
De angst dat AI menselijk contact uitholt, lijkt voorlopig niet terecht. AI zet mensen juist aan tot overleg, omdat de output gecontroleerd moet worden. De echte vraag is waar dat overleg terechtkomt. Organisaties die AI invoeren, doen er goed aan niet alleen productiviteit te meten, maar ook te sturen op verbinding tussen teams.
Bron: Soda, G., Iorio, A. & Rizzo, L. (2026). The Effects of Generative AI on Collaboration and Social Networks Among Knowledge Workers. arXiv:2610.32461 (preprint, 23 oktober 2026).
ai_nl
Zorgt AI gebruik voor minder menselijk contact op de werkvloer?

Job van den Berg is AI keynote spreker, tech-ondernemer en auteur van vijf boeken over AI. Hij zet wekelijks zelf agents in productie en geeft 150+ keynotes per jaar over AI-agents en agentic commerce.
Als AI-agents het voorwerk doen in de verkoop, kunnen menselijke verkopers slechter gaan presteren. Bij een Chinese online verzekeringsmakelaar kregen verkopers door AI-spraakagents ongeveer 23 procentpunt meer kansrijke leads, maar daalde hun klantwerving met ongeveer 5 procentpunt. De oorzaak: verkopers doen minder hun best voor leads die ze niet zelf hebben verdiend.
Kort antwoord: REA (Reverse Engineer Anything) is een open-source MCP-server, gepubliceerd op 7 oktober 2026, waarmee AI-agents zoals Claude Code, Codex en Cursor software kunnen decompileren, analyseren en de werking ervan nabouwen zonder de broncode te zien. Binnen enkele dagen ging het project van minder dan 10.000 naar ruim 110.000 GitHub-sterren. Hieronder beantwoorden we de belangrijkste vragen over de trend.
Nee, strenger controleren maakt AI-agents niet automatisch veiliger. Volgens Gans & Holden (NBER, 2026) werken onwijzigbare logbestanden, onvoorspelbare audits en het belonen van eerlijk gedrag beter.
Het korte antwoord: door op elk moment te kunnen zeggen wat elke agent doet, op welk model hij draait, met welke data hij werkt en sinds wanneer. Wie dat niet weet, kan een agent niet veilig noemen, hoe goed de techniek eromheen ook is. Dat overzicht leg je vast in een paspoort per agent, dat je bijhoudt bij elke wijziging en elk kwartaal reviewt. Hieronder hoe dat werkt en waarom het meer is dan administratie.
