JB
← Artikelen
29 augustus 2026 · 7 min lezen · Job van den Berg

Wie gaat rekenkracht leveren aan de consument?

Het gesprek over compute gaat over bedrijven en datacenters. Maar zodra huishoudens meerdere AI-agents inzetten, verschuift de vraag naar honderden miljoenen huishoudens.

Wie gaat rekenkracht leveren aan de consument?

We praten over rekenkracht, of compute, bijna altijd in de context van bedrijven. Het gaat over datacenters, chips, AI-modellen en over de vraag hoeveel capaciteit organisaties nodig hebben om met kunstmatige intelligentie te kunnen werken. Dat is logisch, want bedrijven investeren nu op grote schaal in AI en de vraag naar rekenkracht groeit hard. Toch ontbreekt er in die discussie opvallend vaak één partij: de consument.

Rekenkracht is de brandstof achter AI

Rekenkracht is in feite de capaciteit die nodig is om software, AI-modellen en agents taken te laten uitvoeren. Je kunt het zien als de brandstof achter kunstmatige intelligentie. Een taalmodel dat een antwoord genereert, een agent die informatie vergelijkt of een systeem dat zelfstandig een taak uitvoert: al die handelingen kosten rekenkracht. Tot nu toe merken consumenten daar weinig van. Je opent ChatGPT, Claude of een andere AI-toepassing, betaalt eventueel een abonnement en de benodigde rekenkracht wordt op de achtergrond geregeld. Voor de gebruiker lijkt het alsof die capaciteit gewoon onderdeel is van de dienst.

Ik denk dat dat beeld gaat veranderen zodra agents een veel grotere rol gaan spelen in het dagelijks leven van consumenten. Ik verwacht dat huishoudens binnen een paar jaar meerdere persoonlijke agents gebruiken die allerlei praktische taken overnemen. Denk aan boodschappen bestellen, prijzen vergelijken, reizen boeken, abonnementen aanpassen, afspraken beheren, klantenservice benaderen of producten aanschaffen. Het huidige internetgebruik is nog sterk gebaseerd op het idee dat wij zelf websites en apps openen, informatie zoeken, opties vergelijken en uiteindelijk een actie uitvoeren. Bij een agentic internet verschuift een groot deel van dat werk naar software die namens ons handelt.

Een agent geeft niet alleen antwoord, hij handelt

Dat is een fundamenteel verschil. Een agent geeft niet alleen antwoord op een vraag, maar voert daadwerkelijk acties uit. Zo'n agent kan bijvoorbeeld een lijst met boodschappen controleren, aanbiedingen vergelijken, rekening houden met dieetvoorkeuren en vervolgens automatisch een bestelling plaatsen. Een andere agent kan de agenda van een gezin beheren, sportactiviteiten en schoolafspraken combineren en zelfstandig voorstellen doen om conflicten op te lossen. Weer een andere agent kan een energieleverancier, verzekeraar of telecomprovider benaderen en onderhandelen over een beter aanbod.

Iedere keer dat zo'n agent iets uitvoert, is er op dat moment rekenkracht nodig. Ik noem dat in-the-moment rekenkracht. Het gaat niet alleen om de enorme hoeveelheid compute die ooit nodig was om een model te trainen, maar juist om de rekenkracht die continu nodig is wanneer miljoenen agents tegelijkertijd taken uitvoeren. Als jouw agent op maandagochtend je agenda optimaliseert, om twaalf uur boodschappen bestelt en later die middag drie verzekeringen vergelijkt, wordt voor al die acties opnieuw rekenkracht gebruikt. Wanneer huishoudens straks meerdere agents parallel inzetten, kan die vraag behoorlijk oplopen.

Compute als nutsvoorziening

Daarom denk ik dat rekenkracht uiteindelijk steeds meer gaat lijken op een nutsvoorziening. Een huishouden heeft vandaag energie nodig om apparaten te laten functioneren en internet om verbonden te zijn met digitale diensten. In een wereld waarin agents een groot deel van onze digitale activiteiten uitvoeren, ontstaat daarnaast een structurele behoefte aan rekenkracht. Niet incidenteel, maar voortdurend.

Op dit moment wordt die rekenkracht nog indirect geleverd. Wanneer je betaalt voor een AI-dienst, zit de benodigde capaciteit meestal in de prijs verwerkt. Dat model werkt zolang consumenten een beperkt aantal toepassingen gebruiken. Maar wat gebeurt er als iemand straks twintig verschillende agents heeft? Een shopping-agent, een reisagent, een financiële agent, een persoonlijke assistent, een gezondheidsagent, een agent voor het huishouden en misschien ook agents die onderling samenwerken? Is het dan logisch dat iedere aanbieder afzonderlijk zijn eigen compute levert en in rekening brengt?

Ik twijfel of dat uiteindelijk de meest efficiënte vorm is. Als je een stofzuiger koopt, koop je daar immers geen apart energiecontract bij. De fabrikant levert het apparaat, maar jij regelt zelf de stroom. Bij internet is het vergelijkbaar. We betalen niet per website voor een aparte internetverbinding, maar hebben één aansluiting waarmee duizenden digitale diensten kunnen worden gebruikt.

Een rekenkrachtabonnement voor huishoudens

Het is daarom goed denkbaar dat er op termijn ook zoiets ontstaat als een rekenkrachtabonnement voor huishoudens. Een consument koopt of huurt dan een bepaalde hoeveelheid compute die verschillende agents mogen gebruiken. Misschien werkt dat met bundels, net zoals bij mobiele data. Misschien betaal je voor een gegarandeerd niveau van capaciteit, vergelijkbaar met een internetabonnement. Of misschien ontstaat er een dynamisch model waarbij je meer betaalt op momenten dat je agents veel taken tegelijk uitvoeren.

Dat roept interessante vragen op. Wie gaat die rekenkracht leveren? Worden dat de grote cloudbedrijven die nu al datacenters exploiteren? Gaan telecomproviders compute combineren met internet? Ontstaan er nieuwe bedrijven die zich specifiek richten op consumentencompute? Of worden AI-platforms zelf uiteindelijk de aanbieder van zo'n infrastructuurlaag?

Ook de locatie van die rekenkracht wordt interessant. Een deel kan in grote datacenters draaien, maar mogelijk gebeurt een ander deel lokaal in huis, op telefoons, laptops of speciale apparaten. Waarschijnlijk ontstaat er een hybride model waarbij eenvoudige taken lokaal worden uitgevoerd en zware taken naar de cloud gaan. Voor consumenten maakt het uiteindelijk misschien weinig uit waar de berekening plaatsvindt, zolang hun agents snel, betrouwbaar en betaalbaar kunnen handelen.

Daarmee verandert compute van iets technisch en onzichtbaars in iets dat voor huishoudens economisch relevant wordt. Net zoals we ons vandaag afvragen hoeveel energie we verbruiken of welke internetsnelheid we nodig hebben, kunnen we ons straks afvragen hoeveel rekenkracht ons digitale huishouden nodig heeft.

Zodra agents gemeengoed worden bij consumenten, kan de vraag naar rekenkracht zich verplaatsen van duizenden bedrijven naar honderden miljoenen huishoudens.

De discussie over compute gaat nu vooral over ondernemingen, AI-labs en datacenters. Dat is terecht, maar mogelijk kijken we daardoor te weinig naar de volgende grote markt. Dan is de belangrijkste vraag niet alleen hoeveel compute bedrijven nodig hebben, maar ook: wie gaat straks de rekenkracht leveren waarmee consumenten hun agents laten werken?

Job van den Berg tijdens een keynote over AI-agents
Over de auteur

Job van den Berg is AI keynote spreker, tech-ondernemer en auteur van vijf boeken over AI. Hij zet wekelijks zelf agents in productie en geeft 150+ keynotes per jaar over AI-agents en agentic commerce.

Zet deze expertise in

Haal Job in huis voor jouw team

De inzichten die je hier ziet, brengt Job ook direct naar jouw organisatie, als keynote spreker, workshop-leider of strategisch sparringpartner.

  • 150+ keynotes per jaar
  • 300+ organisaties per jaar
  • Live updates uit Silicon Valley & China